Kirgizië met een U.A.Z. Buhanka

14 september - 16 oktober

Hier komen zéééér binnenkort  vijf (5 !) artikels over onze reizen in Kirgizië per fiets en per Buhanka (een tot camperwagen omgebouwde 4x4 van Russische makelij). Deze artikels werden geschreven in opdracht van vzw Wegwijzer en na publicatie in hun Reiskrant  (februari 2024) zal je ze hier ook kunnen lezen. Gratis en voor niets. Komt dat zien ! Wil je veel te weten komen over deze parel in Centraal-Azië ? Dan is dit de plaats waar je moet zijn.

Wie uit is op zeer concrete info over het hoe, wat, wanneer en waarom van reizen per Buhanka door Kirgizië, kunnen we  nu al verblijden met een uitgebreide triplog.

Rachmat.

Triplog 

 

14 sep, dag 1: Onze vlucht van 19.20 wordt uitgesteld naar 20.40 en wanneer we eenmaal op het vliegtuig zitten zorgt een dronkaard die van vliegtuig gehaald moet worden voor nog eens 35 minuten vertraging.  We arriveren uiteindelijk om 01.10 in Istanbul. We missen natuurlijk onze connectie, maar vanuit Brussel waren we al “omgeboekt”. Na een hele odyssee in de luchthaven en verkeerde info aan de Turkish balie (hotel en transfer moet je zelf betalen zeggen die onverlaten…) vinden we de juiste balie en worden we met busje en enkele andere onfortuinlijke reizigers naar het Ramadahotel gevoerd op wel 30 min rijden. Om 03.30 kruipen we uitgeput in bed.

15/16 sep, dag 2/3: om 09.30 al ontbijten, wat rondlopen in de onmiddellijke nabijheid van het hotel en om 15.20 worden we opgehaald en naar de luchthaven gevoerd. Onze vlucht vertrekt om 19.20, maar jawel, een halfuur voor vertrek komt er zomaar eventjes 2.25 uur vertraging bij. Om 05.30 landen we in Bishkek en oef, de bagage is mee en jawel, de chauffeur staat ons netjes op te wachten. Een half uurtje later arriveren we in Bishkek Boutique hotel, slapen we vlug 3 uurtjes en gaan dan te voet naar de garage van Vlad om de Buhanka op te halen. In de namiddag halen we nog de permit op die netjes in hotel Salut ligt te wachten. Onderweg stoppen we voor een frisse pint en blijven we hangen om shaslik te eten.

17 sep, dag 4: vandaag naar de outdoorwinkel Red Fox voor een gasflesje, supermarkt Globus voor inkopen en nog wat winkels voor een extra sportzak, anti stof dekens voor achteraan. We eten lekker in restaurant Navat (verzorgd en lokale schotels)

18 sep, dag 5na een laat ontbijt, vertrekken we rond 11.30 met de wagen, via de alternatieve route Bishkek uit langs Kok-Jar, de Buranatoren, Orlovka en ter hoogte van Kemin komen we op de grote E125 weg richting Issyk Kulmeer. In de Boom Gorge slaan we rechtsaf, onverhard en beginnen we aan ROUTE 4 uit het “Explore Kyrgyzstan Adventure Guide” boek (hierna kortweg “Ekag”). Er zijn al direct pittige secties en we hebben de auto en vooral zijn 4x4 capaciteiten nog niet volledig onder de knie. Uiteindelijk nemen we de eerste afslag links en vinden we op de heuvelkam op 2.180 m hoogte een mooi kampeerplaatsje. Een 500 tal meter verder staan de Nederlanders met eveneens een Vladiaanse Buhanka.

19 sep, dag 6: deze nacht stak de wind op en vrij laat rijden we weg van ons mooi plaatsje. Net voor de boerderij links onder de weg slaan we linksaf en dalen flink af. Het stukje “narrow and rocky section” valt nog mee, verderop zijn er steile afdalingen. Op het einde van de weg aan de elektriciteitspylonen, parkeren we de wagen en doen de wandeling als beschreven in Ekag. Je loopt eigenlijk in de droge rivierbedding die zich kronkelend bergop door het rode bergmassief wringt. We wanen ons in Utah. Mooie rode/roestbruine rotsformaties, hoodoos en grillig geërodeerde bergen komen steeds dichter en dichter. Op sommige plaatsen is de bedding maar een halve meter breed. Thv een 6 meter hoge droogstaande waterval moeten we rechtsomkeer maken. Hier raken we niet voorbij. Op de terugweg moeten we op het eerste gedeelte geregeld de “low gear” inschakelen om boven te raken. Op de kruising aan de boerderij slaan we nog even linksaf naar het volgende uitzichtpunt om dan finaal rechtsomkeer te maken naar de E125. Daar draaien we rechtsaf en via Balikchi rijden we langs de noordelijke oever van het Issyk Kul meer tot onze kampeerplaats net iets voorbij Toru-Aigyr. Tussen de hoog opschietende wilde grassen vinden we een mooi plaatsje.

20 sep, dag 7: we ontbijten op ons gemakje en zien in de verte een onweer loos gaan. Wij staan nog altijd mooi droog. We rijden verder op de A363 langs het Issyk Kulmeer. De weg is zeer breed en van het soort asfalt dat je zelden ziet, biljart-vlak. In 2018 fietsten we hier nog tot Cholpon-Ata, nu stoppen we hier om in de supermarkt aankopen te doen. Bij het uitrijden van Cholpon-Ata openen de hemelsluizen zich en rijden we iets later zowaar door sneeuw/hagel. De inboorlingen passen zich hier niet allemaal aan en het resultaat zien we iets verder; één auto in de gracht, de ander heeft de het veld over de gracht bereikt en ligt op zijn dak. Ter hoogte van Korumdy verandert het asfalt van perfect naar typisch Kirgizisch lamentabel, het totaal van 30 jaar oplapwerk. Het ene onweer volgt op het andere. Wat een verschil met vorige keer toen we fietsten. Gelukkig zitten we beschut in ons busje. Rond 17.00 u bereiken we Karakol en checken we in hotel Madanur.

21 sep, dag 8: met de Buhanka rijden we een goeie 30 km naar het dorpje Jeti-Ögüz. Een drietal km voor het dorpje parkeren we de wagen net voorbij het brugje rechts. Dit leidt naar een gehuchtje vanwaar we in een lus naar de “seven bulls” wandelen. We volgen de rivierbedding waar nu een klein stroompje door kabbelt. Het stijgt lichtjes en na een km of drie slaan we aan de voet van een rode rotswand linksaf. De rode rotsformaties zijn hier al prominent aanwezig. Het pad loopt naar een jailoo die nu half september al verlaten is. Voorbij de restanten van zo’n zomerkamp slaan we nogmaals linksaf en komen in een colletje. Een vlakbij gelegen heuvel biedt een mooi zicht op vele rode rotsen en de Kunguy AlaToobergketen aan de Kazakse grens. Het padje kronkelt nu lichtjes verder omhoog tot een volgend colletje met een telecommunicatietoren. Daar zien we in de diepte het dorpje liggen en de seven bulls. Door een bos en grasvelden dalen we af tot het dorpje, de brug over en rechtsaf de helling van 12% op naar het uitzichtpunt over het dorp en de rotsformaties. We dalen de helling aan de andere kant af en verkennen rechts nog de kloof tussen imposante rode kliffen. Via de weg bereiken we uiteindelijk weer de auto. Zeer mooie gevarieerde wandeling in schitterend weer ! Terug met de wagen naar Karakol en intrek in het mooie hotel Karavan. ’s Avonds, sushi met pizza en Tom yam, jawel 😁, maar het smaakt en de bediening is super vriendelijk.

22 sep, dag 9: De voorspelde regen arriveert rond 10.30 maar volledig in regentenue gaan we op zoek naar het CBT, het visitor center en dergelijke. Helaas alles dicht of terminaal gesloten. We vinden nog een koplampje en plastic tafellaken om insijpelend vocht achteraan te counteren. Uiteindelijk vluchten we resto binnen en warmen ons met een lekkere Tom Yamsoepje. Rond 13.30 houdt het op met regenen en bezoeken we de orthodoxe kerk, de Russische wijk en de grote bazaar. Later op de middag slurpen we koffie en thee naast de cinema en gaan we eten twee deurtjes verder in het sushi zaakje van gisteren.

23 sep, dag 10: de regenzone is gepasseerd en na het ontbijt vertrekken we richting Engilchek (route 10 Ekag). 10 km buiten Karakol krijgen we nog 18 liter in de rechtertank geperst en 47 km na Karakol beginnen we aan de klim naar de Chong Ashuupas (3.822 m). Regen in de vallei valt als sneeuw op hoger gelegen gebied en wanneer we de vallei inslaan rijden we al snel tussen de sneeuw. De weg zelf blijft sneeuwvrij tot ongeveer 3.400 m maar dan palmt de sneeuw alles in. In een winters landschap komen we één keer, ongeveer 200 meter onder de top wat in de problemen in een steile haarspeldbocht. We halen het niet, schuiven achteruit weg, maar na wat proberen én in 4x4 raken we toch weg. De andere kant van de pas is minder besneeuwd en makkelijker. Bij de militaire checkpoint (border permits) maakt een militair gewag van een sissend geluid aan onze linker achterband. Ik hoor het niet, maar idd, de band heeft een klein lek. 15 km verder pompen we nog even bij met de compressor en wanneer we uiteindelijk Engilchek binnenrijden, beslissen we om het enige guesthouse (Khan) als logies te nemen. Urmat de eigenaar repareert met enige moeite de band (klein steentje diep in de band) en ’s avonds socialisen we met zijn familie en de Russische kajaktoeriste.

24 sep, dag 11: Na het ontbijt en het ineenknutselen van het legodoosje dat we aan de kleine gaven vertrekken we met de Russische naar de nabijgelegen Kara Tash hotspring (ongeveer 5 km). Wat een schitterende plek én weer ! Er zijn drie betonnen zwembadjes, maar enkel de eerste is doenbaar, de andere twee te heet. Er is ook nog een langwerpige poel (50 m) die van heet naar ondraaglijk gaat en een andere langwerpige poel die door menging met rivierwater een stukje koeler is. We proberen ze allemaal en blijven toch wel een dikke 2 uur op deze machtige locatie mét zicht op besneeuwde pieken. De Russische keert niet meer terug met ons en wij rijden nog naar de verste gebouwen de spookstad, waar toch nog 30 mensen wonen. De Sovjetblokken met rondslingerende autowrakken lijken wel het decor van een dystopische wereld na een nucleaire ramp. Ondanks een alarmerend knipperend “tank nu” verklikkerlichtje (zeer onbetrouwbaar volgens Vlad) gieten we onze 10 liter in waterflessen niet in de tank, rijden we terug in een fantastisch landschap tot net voor de controlepost, slaan daar rechtsaf en beginnen te klimmen op een aanvankelijk smalle en slechte track richting Sary Jaz. Na 19 km en een paar rivier oversteekjes vinden we een schitterend plaatsje op besneeuwde pieken en een zijdal op 2.930 m hoogte. We dronen nog even, nemen majestueuze foto’s en prepareren ons voor het avondmaal en de nacht.

25 sep, dag 12: we ontwaken met het invallend zonlicht in een verijsde Buhanka. We staan hoog op een open vlakte en al vlug warmt de zon alles op. Het ijs op de ruiten smelt rap. We vervolgen route 11 met rechts van ons hoge besneeuwde pieken. De route is in slechte staat en vol putten die haast niet te ontwijken zijn. Bij een checkpoint geven we terug een kopie van onze permit en een paar km verder slaan we linksaf voor de finale klim naar de 3.481 m hoge Ak-Togpas. We duiken een lange vallei in en de weg blijft erbarmelijk. Af en toe passeren we verlaten woonwagens en rond 2.700 m duikt de eerste begroeiing op. Even later rijden we pal langs de Kazachse grens en herfstige bomen geven alles een extra kleurtje. Wondermooi. Er zitten zeer lastige stenen passages in. Uiteindelijk verbreedt de vallei en komen we terecht op een brede aarden weg in aanleg. Ook na Karkyra wordt er nog voor tientallen km’s gewerkt aan een nieuwe weg en vlot het niet echt. Een 50 tal km voor Karakol tanken we en blijkt dat de tank(s) nog niet leeg waren. Schrik om stil te vallen voor niks dus. Omstreeks 18.30 arriveren we in Karakol en checken in het Karavan hotel. Eten doen we in het Dastorkon restaurant dat bekend staat voor zijn lokale gerechten.

26 sep, dag 13: na het ontbijt gaan we op zoek naar een bandenhersteller. Na twee pogingen zitten we bij de “vulcanisatia” op het goede adres. In een luttele 20 minuten wordt onze band vermaakt voor 500 som. We gooien de tank vol, bezoeken nog even de orthodoxe kerk, nu in het zonlicht en rijden westwaarts naar Barskoon. Onderweg kopen we nog druiven en groenten. Een 25 km ver in de Barskoonvallei stoppen we aan het Joeri Gagarin standbeeld en klimmen naar de onderste en middelste waterval. Mooi maar niet spectaculair, daarvoor zijn we te veel verwend geweest in Noorwegen. We raken aan de praat met 2 Belgen, waarvan Birgit (uit Jabbeke) nog leerling was van Tine ! Rond 17.00 u rijden we nog verder in de vallei en op 2.660 m hoogte vinden we een mooi plekje om te kamperen.

27 sep, dag 14: na het ontbijt beginnen we haast onmiddellijk aan de klim naar het Arabelplateau. Vandaag staat immers route 7 van de Ekag op het programma. De weg is prima onderhouden gravel omdat de Kumtorgoudmijn deze weg gebruikt. Na haarspeldbocht 33 komen we boven op het Arabelplateau op 3.760 m. We zitten direct weer in een sneeuwwereld. We rijden een dikke dertig km tot net voor de Kumtormijn en slaan rechtsaf op een redelijk, maar van mindere orde track. Amper 3 km verder slaan we linksaf op een nog slechtere track, over een rivier en klimmen tot 3.800 m tot net voor gletsjer nr 357. Eenmaal terug op de vorige track volgen we die door een vallei die parallel loopt met de Arabelvallei. Overal waar je maar kijkt zien we besneeuwde bergen. Katrien rijdt een stukje terwijl ik met de drone in de achtervolging ga. Ook de finale klim naar de 4.028 m hoge Suyek/Sookpas rijdt Katrien. Dit is het letterlijke hoogtepunt van de reis. Nu volgt er nog een zeer lange afdaling langs de Kumtorweg tot net voorbij Barskoon waar we een kampeerplekje vinden op het eind van een landweggetje tussen de koeien links en de paarden rechts.

28 sep, dag 15: we rijden vandaag een heel stuk terug richting Karakol en in Kyzyl Suu slaan we rechtsaf de vallei in. We passeren eerst mooie rode rotsen en dan klimt de stenige track door het bos tot aan de hotspring waar we samen met Duitsers in een Rav4 moeten vaststellen dat de passage voor ons ondoenbaar is. Grote stenen en rotsen op een steil stukje track. We parkeren de wagen en gaan te voet op weg. Slingerend door het bos komen we na 3.5 km op een open plek, lunchen we en constateren we dat we een afslag gemist hebben. We keren even terug en zoeken samen met de Duitsers die net komen aangewandeld naar het vervolg. Dat vinden we en een halve km verder passeren we het weerstation dat in de gids beschreven staat. Wij gaan verder op weg naar het zicht op de gletsjer en beginnen steiler te klimmen. Uiteindelijk rond 16.00 u en nog eens 4 km verder besluiten we terug te keren, maar niet voor de drone nog eens op verkenning te sturen. Ook mijn gevleugelde vriend vindt geen gletsjer en terug bij het weerstation begint het te regenen. Met natte broek arriveren we terug bij de hotspring waar ook een simpel logies aan gekoppeld is en besluiten we hier de nacht door te brengen. Eerst warmen we ons op in het buitenbadje (38°) en daarna in het warmere binnenbad (42°). Mevrouw heeft heerlijke “lagman” klaargemaakt en we smullen lekker. Daarna trekken we ons terug in ons simpel logies terwijl de regen op het metalen dak klettert.

29 sep, dag 16: Na een lekker ontbijtje en een inspectie van de “waterkrachtcentrale” die de zoon des huizes heeft ontworpen, baden we nog een laatste keer in de hotspring en vertrekken rond 10.00 u. Met hier en daar een fotostop rijden we naar Bokonbaevo. Een paar km voor Bokonbaevo rijden we links een zanderig pad op dat zich door de “badlands” slingert. Ik maak ook nog een opname met mijn drone. Rond 17.00 arriveren we in het stadje en vinden we na wat zoeken en navragen het blijkbaar gloednieuwe hotel dat nog niet eens een kenteken heeft op de gevel. De Buhanka mag op de binnenkoer en we verkennen wat later het kleine stadje dat naar we vermoeden niet al te veel westerse toeristen ziet want we worden goed bekeken, er worden lustig handjes geschud met de kindjes, en een vrouw begint een heel gesprek met ons in het Engels. We eten lekker “Laghman” en “Dumplings” en nog een lekker vlees-met-ajuin gerecht. Voor we naar het hotel terugkeren doen we nog aan supermarkt toerisme, altijd leuk wat voor rariteiten, namaakproducten en lokale specialiteiten ze verkopen. In ons hotel zijn we de enige gasten.

30 sep, dag 17: Om 09.00 u. stuiven we naar de plaats van afspraak met Ruslan de adelaarsjager. Er is nog een tweede jager, ook in tenue en een jonge gast in opleiding. 3 adelaars zitten geblindkapt te wachten. Ook een Taïgahond en een paard maken deel uit van de equipe. We krijgen veel uitleg van Ruslan, er wordt met een nepprooi (opgevulde vossenpels) rondgelopen waarop vervolgens de adelaar zich van op een nabije heuvel op de prooi stort. Ook de hond mag de nepprooi vangen. We poseren elk om beurt in tenue op het paard met de adelaar op onze arm. Wat een beest ! Als toemaatje schieten we nog met pijl en boog. Het geheel was zeer indrukwekkend. Nadien rijden we via de backroads door een zeer ruraal landschap waar alle dieren loslopen en volop de aardappelen gerooid worden. We bezoeken nog de Globus, eten er een Kirgizische shoarma, vinden géén vrouwelijke coiffeuse bereid mijn baard te scheren en trekken ons rond 16.00 u terug in het hotel voor een schrijfsessie die resulteert in twee uitgebreide facebookposts.

1 okt, dag 18: Rond 10.00 rijden we een 40 tal km terug richting Karakol, en slaan af aan de Shaska, aka Fairytale Canyon. We houden ons 3 uur zoet aan het compacte maar zeer mooie “badland” gebied waar vooral de kleuren rood, oranje, geel, wit, oker, bruin en groen primeren. Het geheel is een gebied dat doorsneden wordt door natuurlijke afwateringskanalen, maar het piece de résistance is de lange rode, dubbele “ader” van meer resistent gesteente dat inderdaad wel lijkt op de rug van een draak. We komen ogen tekort en nemen tientallen foto’s en ik jaag mijn drie (!) dronebatterijen erdoor. Rond 14.00 u rijden we terug naar Bokonbaev en een km of 2 er voorbij, slaan we rechtsaf en beginnen aan route 5 van de Ekag, “The lost rivers”. Het wordt al direct mooi met zichten op de akkers, de stad en de bergketen in de achtergrond. Ook hier een en al activiteit op de velden. Na een korte klim volgt een langere afdaling en rijden we alweer door badlands naar het zanderige parcours langs het Issyk Kul meer. We ontmoeten nogmaals de Duitsers met de Rav4 en ter hoogte van de Forgotten Rivers canyon, parkeren we onze Buhanka voor de nacht in een schitterend landschap. Alweer een geslaagde dag !

2 okt, dag 19: na het ontbijt rijden we eerst de Forgotten River canyon in tot aan de grote weg. Daar draaien we om en dalen nu dezelfde canyon in om de 4×4 route langs de kust verder te zetten. De canyon is mooi en makkelijk te bereiden. Beneden aan het meer is het vervolg westwaarts een stuk pittiger. Behoorlijk zanderig en een paar diepe droge rivierbedding oversteken. Eén van de laatste is de moeilijkste. Stijl omhoog en ongelijk voor linker- en rechterkant. Een eerste keer lukt niet, we halen de schep boven, proberen het niveauverschil tussen links en rechts wat te milderen en proberen het opnieuw. Nu lukt het. We passeren een verlaten zoutmeer, komen op de grote weg, nemen een Baboushka liftster mee en 25 km verder slaan we linksaf thv Kara Talaa voor het vervolg van route 5. Eerst een redelijke gravelroad, dan een stenige track die evolueert naar meer aarden om vervolgens via een goede gravelroad door een rode canyon helemaal tot aan het Issyk Kulmeer af te dalen. Daar vinden we mits wat zoeken een plaatsje vlak aan het water met 360° zicht en op enkele kilometers (Issyk Kulmeer tussen) afstand de stad Balickchy. In het donker fonkelen de lichtjes van de stad als een kerstboom.

3 okt, dag 20: na een goede nacht maken we vandaag de verplaatsing naar Naryn. Een hele dag tarmac, vooral van de goede soort. De E125 is prima asfalt en vanaf Sary Bulak is de weg “nieuw” voor ons. In 2018 fietsten we van Naryn via Eki Naryn op de zogenaamde backroads to/from Naryn. Dus “misten” we de grote baan. Die is landschappelijk ook wel mooi en in de namiddag arriveren we in Naryn, chechen in het KhanTengri hotel en doen boodschappen in en rond de bazaar. We gaan ook langs het CBT kantoor en vragen naar de staat van de route naar Kel Suu. Ons visitekaartje van 2018 hangt nog altijd aan het prikbord ! ’s Avonds eten we lekker in Bamboo restaurant en gaan rond 19.00 naar het hotel.

4 okt, dag 21: Na het vol gieten van beide tanks vertrekken we op weg voor de 142 km naar Kel Suu. Dit deden we in 2018 per fiets en was zo mooi dat we er terug naar toe willen. Bovendien staat er, in tegenstelling tot vijf jaar geleden water in het meer. En met mijn vliegertje mee, moeten we zeker nog eens passeren. Het gaat alleszins een stuk sneller en veel gemakkelijker dan met de fiets. Het is ook mooi weer. Na Ak Muz is er haast geen verkeer meer in deze afgelegen regio. De permit wordt uiteraard gecontroleerd aan het checkpoint en wanneer we in de Ak Saivallei thv de wachttoren linksaf slaan voor het laatste gedeelte naar Kel Suu dwarrelen er wat vlokjes naar beneden. Eenmaal in de vallei met de joertkampen  stoppen we bij het kamp van Meder en bespreken we een joert voor 2 nachten. Met nog een paar uur daglicht tegoed ga ik alleen op wandel in een zijvallei en klim ik naar de kam die ik blijf volgen en die me een schitterend zicht biedt op de besneeuwde pieken waar het Kel Suumeer tussen geprangd ligt. Ik bereik het hoogste punt van de kam op 3.700 m hoogte. In de verte en 200 meter lager zie ik Kel Suu liggen. Nog vlug een dronevluchtje en dan op een loopje naar beneden naar het joertkamp want het avondeten wordt om 19.00 u geserveerd. ’s Avonds wordt de kachel in de joert eerst met gedroogde koeienstront aangestoken en wanneer die bijna opgebrand is, komt de stoker binnen en kapt er een hele emmer kolen in. We zweten ons een breuk en moeten geregeld halfnaakt naar buiten vluchten om af te gaan koelen in de vrieslucht.

5 okt, dag 22: Na een relatief korte nacht (moeilijk kunnen inslapen door de hitte) vertrekken we om 10.00 u na een simpel ontbijt naar Kel Suu. Het weer is schitterend en we houden net als de vorige keer de rivier aan onze linkerzijde. Enkel het laatste stuk is een beetje tricky door de sneeuw en de modder in combinatie met smalle paadjes. Waar het water van het meer uit de grond komt, steek je in principe de rivier over en een laatste klim brengt ons op 3.500 m en het verbluffende zicht op het turquoise water van het meer gevangen tussen de steile, besneeuwde bergwanden. Ik jaag er drie batterijen van de drone door en maak tientallen foto’s. Wat een spectaculaire plek ! We worden aangesproken door een local die ons een boottocht op het meer wil verkopen en happen toe. Morgen doen we het. Rond 15.30 wandelen we de ongeveer 6 km terug, eten Koordak (lam, aardappel, ajuin) in de tot keuken getransformeerde zeecontainer en gaan rond 20.30 u. lekker zweten in onze joert wanneer de kolenman zijn vrachtje in onze kachel schept. De kerel die ons aansprak komt ook nog eens piepen in onze joert en voor de paardenrit (1 uur, enkel), boottocht van 12 km en paardrit terug spreken we 11.000 som af.

6 okt, dag 23: we staan klaar voor het ontbijt, maar alles loopt een beetje vertraging op. Uiteindelijk vertrekken we onder een waterzonnetje te paard. Katrien met klamme handjes op een paard aan een touw geleid door de gids, ikzelf mag mijn plan trekken. Mijn paard is meegaand van aard en volgt mij  commando’s voor 80 % op. Best tevreden met mijn beestje. Na anderhalf uur arriveren we in een licht sneeuwbuitje aan de oevers en beginnen aan 12 km varen op dit hemelse water. Het begint op te klaren en de zon komt er door. Voor het eerst zien we het verder gelegen gedeelte van dit grillige meer. Aan het andere uiteinde keren we om en is het weer genieten, nu in volle zon. Eenmaal aan het startpunt gekomen stappen we terug over op paardenkracht terug naar Meder joertkamp. Mijn paard laat steeds een gat vallen om het dan even later op een drafje goed te maken. Best leuk. Om 15.30 laten we de paardjes en dit mooiste stukje Kirgizië achter ons en rijden met de Buhanka tot net voor het vallen van de duisternis tot aan het kampeerplekje nabij Bosogo waar we 5 jaar geleden op weg naar Kel Suu met de fiets kampeerden.

7 okt, dag 24: wat aarzelend maken we de auto rijdensklaar onder een druilerige hemel en overbruggen de resterende 54 km naar Naryn. Maar zo’n 9 km voor Naryn besluiten we nog route 14 van de Ekag te doen; de Red Hills. Het begint mooi en moeilijk wanneer een ingestorte brug ons verplicht steil in en uit een droge rivierbedding te klimmen. Dat afdalen dreigt in een fiasco uit te draaien wanneer de auto oncontroleerbaar op de natte rode klei begint te schuiven. In 4×4 low gear raken we er net uit maar even verder na een andere glijpartij beslissen we rechtsomkeer te maken. Natuurlijk moeten we weer door die bedding. Ik stap uit, verken de boel, zoek alternatieven en waag het er op. Zelfde weg in en uit. Het lukt wonderwel en we ontsnappen aan deze gladde auto-val. In Naryn ga ik naar de kapper, drinken een pintje bij restaurant Nomad, checken weer in Khan Tengrihotel, vernemen minder goed nieuws van mijn mama en gaan eten in het Bamboo restaurant.

8 okt, dag 25: na het ontbijt gaan we naar de auto en ik zie direct dat de linker achterband volledig plat staat. Dus gaan we eerst naar de “vulkanisatia” die in een wip voor 500 som (5€) de band met twee pleisters plakt. Hopelijk voor de laatste keer. Op de E125 naar Torugart stoppen we ter hoogte van At-Bashy om de Baktrische kamelen te fotograferen. Net voorbij de afslag naar Tash Rabat slaan wij rechtsaf voor route 20 die via de Kulakpas (3.400) en verder de Mels pas (3.380) naar Baetov loopt. In het begin passeren we markante rotsen, dalen we af van de eerste pas, krijgen een rivier doorsteek, gevolgd door mooie rode heuvels en rotsen en klimmen we vervolgens naar de Mels pas. De afdaling van die laatste is machtig mooi want 1.300 m onder ons ontvouwt zich een canyon en badlands landschap dat veel weg heeft van Canyonlands N.P. Bijna helemaal beneden rijden we door een mooie vallei en spotten we een viertal oude graven. Tussen Terek en Baetov slaan we rechts een landwegel in en parkeren de Buhanka voor de nacht aan de rand van een veld. Zeer mooie route die 20 !

9 okt, dag 26: na het ontbijt en boodschappen én voltanken in Baetov vertrekken we voor wat in de boekskes genoteerd staat als een verlaten en lange route. En zo is het ook. Buiten de eerste 5 km juist buiten Baetov is het gravel van matig tot zeer slecht maar wel door mooi gebied. Zo’n 75 km van Baetov hobbelen we de 2.940 m hoge Ak-Kiya Ashuupas over en dokkeren tergend traag de andere kant af. Op de splitsing een paar km voor Kazarman ligt de spiksplinternieuwe weg naar Jalalabad grijnzend te glimmen, maar die is nog net niet af (zoals zoveel in Kirgizië) en moeten we dus nog de huidige pasweg nemen. Die is berucht vanwege vroeg in het jaar opduikende sneeuw én bijgevolg géén mogelijkheid tot het bereiken van Jalalabad. Zover is het nu nog niet en over redelijk grind sjezen we tot op een hoogte van 2.150 m en planten de Buhanka op een vlak stukje grond net achter een grasrijk heuveltopje. Toplocatie terug !

10 okt, dag 27: om 10.00 u zijn we op weg en haspelen we de resterende 850 hoogtemeters af over variërend asfalt tot de 2.990 m hoge Kaldamopas. Dan volgt een lange steile afdaling, gevolgd door een verdere afdaling door een steeds meer begroeide vallei die op circa 1.600 m hoogte abrupt onderbroken wordt door een … lekke band. De derde ondertussen, links vooraan. Dit lek is géén trage leegloper, dus is de compressor gebruiken zinloos. Vrij snel en vlotjes monteer ik het reservewiel, lunchen we en dalen we verder af. Bij het eerste dorp krijgen we mooi vlak asfalt geserveerd en schiet het sneller op. Eenmaal op de grote weg naar Jalalabad gaat het heel vlotjes en tijdens een halte, reserveren we telefonisch bij guesthouse Ibrahim. Jalalabad is wegtechnisch een zootje, erna richting Tash Komur weer mooi asfalt.  Thv Bazar Korgon slaan we rechtsaf op hobbelig asfalt naar Arslanbob, nemen nog 2 lifters mee en arriveren rond 18.00 u. in het centrum van Arslanbob waar Ibrahim ons netjes staat op te wachten. In het leuke bebloemde guesthousje boeken we 2 nachten en de goed Engels sprekende Ibrahim vertelt over streek en leven…

11 okt, dag 28: Deze oude knar wordt vandaag 53. Om 8 uur ontbijten we en spreken we af met Ibrahim dat wij eerst op ons eigen wandelen naar de “grote” waterval en we om drie uur terug zijn om samen het walnotenbos, Panorama Hill en de kleine waterval te bezoeken. De wandeling naar de grote waterval gaat door de bovenste regionen van het uitgestrekte dorp en klimt fiks tot ongeveer 1.940 m waar de finale nog steilere klim naar het hoge uitzichtpunt op 2.100 ligt. Halverwege ontmoeten we nog Tashmamat een hartelijke Kirgiziër die terwijl we proberen te communiceren een vliegje van mijn kaak veegt. Bij het uitzichtpunt kijken we recht op de 80 m hoge waterval. We proberen daarna nog naar de basis te wandelen doorheen een canyon, maar raken niet tot de basis. Om 14.30 zijn we terug en Ibrahim gaat ondertussen onze herstelde band ophalen. Wat een service ! Om 15.30 vertrekken we samen met de Brit Richard naar het walnotenbos waar Ibrahim in het Duits (was leraar Duits) vertelt over het bos en de oogst en ik vertaal naar het Engels. We gaan ook naar een uitzichtpunt over het dorp (zeer mooi met de herfstige populieren en de besneeuwde bergketen erachter) en de minder interessante overtoeristische kleine waterval. ’s Avonds eten we lekkere Lagman, bediscussiëren de wereldproblematiek met Richard en komt daarna Ibrahim in het Duits zijn toekomstplannen uiteenzetten. Uiteindelijk beginnen we privé in onze kamer aan de Baileys om mijn verjaardag af te sluiten. Leuk dagje.

12 okt, dag 29: na het ontbijt en een dronevluchtje, krijgen we nog 1 kg walnoten mee van Ibrahim en in het centrum van Arslanbob kopen we nog walnotenolie, laat ik mijn haar knippen en vertrekken we uiteindelijk voor de meerdaagse tocht terug naar Bishkek. In Massy gooien we beide tanks vol en rijden via de Oezbeekse grens richting Toktogul. Door de lange kloof van de Naryn rivier en net voor de klim en afdaling naar het Toktogulreservoir, sputtert de wagen een 20 tal seconden. We stappen uit, luchten de beide tanks, rijden verder en alles blijkt normaal tot 6 km voor Sargata waar onze Buhanka weer ferm begint te sputteren en kort erna stilvalt. Opnieuw starten lukt niet. Na een tijdje wachten slaat de motor toch weer aan en rijden we verder richting Sargata. Het is ondertussen donker geworden en rijden in het donker in Kirgizië is echt geen goed idee. Ei zo na kunnen we overstekende koeien ontwijken. We beslissen in de buurt van Sargata een kampeerplaatsje te zoeken, maar amper 2 km voorbij het dorpje valt de motor weer stil. Verdomme. We staan nu vlak naast de vrij drukke baan én in het donker. Met veel moeite kunnen we de auto achteruit op een “duiker” duwen. Maar om heel veilig te staan moet hij nog wat meer achteruit, tot op het veld. Dat lukt ons niet want het loopt licht bergop. Katrien sommeert wagens in het donker, eentje stopt, we proberen de situatie uit te leggen, maar ze vertrouwen het niet en rijden weg. Een 10 tal minuten later stopt een tweede wagen met drie mannen en in een wip staat de wagen veilig op het veld. We installeren ons voor de nacht, maar van slapen komt niet veel in huis. Er maalt teveel door mijn hoofd  en het lawaai van het verkeer blijft heel de nacht aanhouden. Wat een dag.

13 okt, dag 30: ‘s Morgens contacteert Vlad ons, checken we gezamenlijk via Whatsapp de motor en wordt er geconcludeerd dat de brandstof pomp vervuild of defect is.  Er wordt een takelwagen gecontacteerd en uiteindelijk na wat tegenstrijdige verhalen arriveert er om 10.00 u. vanuit Toktogul een takelwagen die ons takelt. We hebben 320 km af te leggen en 40 km verder in Toktogul moet de takelman een lekke band herstellen. Uiteindelijk laat hij overal nieuwe banden leggen en rijden we in slecht weer richting Bishkek. De twee hoge passen die we over moeten zijn licht besneeuwd maar vormt geen probleem. In Bishkek staan we nog een uur stil in een straat omdat Putin op bezoek is voor CIS top en wellicht ergens moet passeren. Om 21.00 u arriveren we aan Vlad’s garage, betalen we 25.000 som (250€ !) aan de takelaar en halen we onze spullen uit de Buhanka. Ik vraag de nachtwaker een taxi te bellen en 20 minuten later arriveren we doodmoe aan het Bishkek Boutique hotel. Doodmoe vallen we nagenoeg direct in slaap.

14 okt, dag 31: Rond 14.00 u komt Vlad langs in ons hotel om de verhuur af te handelen. Ondertussen hebben Vlads mecaniciens de Buhanka onderzocht en inderdaad vastgesteld dat de brandstofpomp kapot was.  We krijgen onze 350 € waarborg terug, een print out van de gereden km’s en zowaar een schaalmodelletje van een Buhanka die Katrien in het geheim achter mijn rug geregeld heeft voor mijn 53ste verjaardag. Tof ! In de latere namiddag kopen we nog wat souvenirs, regelen we via Whatsapp en een Kirgizische betaalterminal een trip voor morgen, flaneren wat door het centrum en gaat lekker eten in de chaikana, Navat.

15 okt, dag 32: met een taxi rijden we naar het afspraakpunt van de georganiseerde trip waar we gaan aan deelnemen. Met 15 Russen, 1 Chinees en onszelf rijden we via de supermarkt Frunze naar de Alamedinvallei net ten noorden van Bishkek. Onder leiding van een jonge gids wandelen we door de mooie vallei met zicht op besneeuwde bergen naar de Teke Torwaterval. We starten op 1.800 m en de waterval, verborgen in een smalle kloof ligt op 2.120 m. Het is een kleine waterval, maar we genieten van de wandeling erheen, van het mooie weer en van het feit dat we tijdens onze allerlaatste dag toch nog midden in de majestueuze bergwereld zitten. We lunchen in de zon op een bergweide en wandelen terug. Best een fijne dag en dat voor 750 som (7,5€) per persoon. ’s Avonds gaan we terug lekker eten in ons stamrestaurant Navat.

16 okt, dag 33: om 07.15 stappen we in de taxi die ons naar Manas airport voert (1.100 som). Inchecken gaat vlot, even is er wat onduidelijkheid want blijkbaar moet voor een bepaalde reden een groot deel van de luchthaven ontruimd worden. We denken dat het terug te maken heeft met een of andere hoge pief die moet vertrekken/landen. Onze vlucht vertrekt uiteindelijk met 30 minuten vertraging maar gelukkig komt onze connectie in Istanbul niet in het gedrang. Wanneer we rond 19.00 u in Zaventem de trein naar huis nemen weten we nog niet dat die avond een Tunesische terrorist een aantal Zweden gaat neerschieten. Veilig maar moe arriveren we rond 21.00 u in Oostende. Veilig thuis na een zeer fijne reis.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.