Gestrest en geflest op de Tizi 'n Test (mei '16)

 

Dit verhaal beschrijft de eerste dag van een 14 daagse tocht doorheen zuid Marokko. Wat aanvankelijk een niet al te moeilijke eerste dag beloofde te worden, ontaardde al snel in iets heel anders. Voor het eerst waren we bewust weg zonder tent en kampeermateriaal, iets wat we anders nooit doen.

naaktslak

Er schijnt een hele mooie weg te lopen dwars door de Atlas heen, grofweg van Marrakech tot bijna in Taroudant. Hellingen niet steiler dan 5%, verbluffende zichten en weinig verkeer. “In gestrekte draf daarheen” dachten wij.

Met een royaal Marokkaans ontbijt in de maag én met de zekerheid dat we diezelfde avond één van de twee kamers hebben gereserveerd in de “Auberge Haute Vue” hobbelen we het kleine, langs het stuwmeer gedrapeerde Ouirgane (1000m) uit.
Het is pas onze tweede fietsdag en we zijn zo ongeduldig als een naaktslak in volle zon om aan deze beklimming te beginnen.

De R203 is hier nog twee auto’s breed, het is bewolkt en er staat geen noemenswaardige wind. “Hola ! Zei ik bewolkt ?” Jazeker, en nog van die omvangrijke wolken ook. “Goed, dan wordt het niet te heet en hoef ik die smeuïge zonnecrème niet op mijn vel smeren” denk ik nog terloops.
De weg volgt mooi de kronkelende rivier en al vrij snel voel ik druppels uit het zwerk vallen. Het is begin mei en normaal gezien zou een mens hier na het beklimmen van zijn fiets er onmiddellijk weer steendood moeten afvallen van de hitte. Vandaag niet dus. “Geen enkele bevolkingsgroep zo vertrouwd met de regen als de Vlamingen” lachen we. We diepen onze regenjas uit de tassen en rijden vrolijk verder tot we amper 10 km verder terug gedruppel krijgen.

Thor is wakker

We zien in de bocht twee bepakte fietsen staan en zetten de onze ernaast. Hanneke en Marius, twee noordelijke laaglanders zijn aan hun vierde week Marokko bezig en zijn wegens gebrek aan degelijke regenjassen (opgestuurd naar Nederland want: “we hebben nog geen dag regen gehad“) onder een boom gevlucht. We keuvelen wat wanneer plots zonder waarschuwing een vuistgrote steen tussen ons door stuitert. Het ding is nog zo welopgevoed dat het ons niet raakt. We zijn toch flink geschrokken. In de verte horen we het eerste gerommel. Thor is duidelijk uit zijn hemels bed opgestaan en slecht geluimd. Na de bui rijden we - blik omhoog én op de weg -  verder.

 

H&M zijn duidelijk al goed ingefietst want ze halen ons vlotjes in. Dat doen wij later ook wanneer ze foto’s staan te nemen. Zo gaat het de hele dag door, dat jojo-gefiets onderbroken door fellere regenbuien en naderend onweer.
Tot we aan de afslag naar de Tin Mal moskee “voorgoed” afscheid nemen want ze willen ergens in de buurt logies zoeken. Katrien en ik fietsen verder nu toch al iets meer verontrust door wat zich allemaal afspeelt boven onze gehelmde hoofden.
Een flink eind voorbij Ijoukak gaat een eerste maal een rood alarm af: er barst een hevig onweer los, gepaard gaande met felle windstoten. Hier valt helemaal niet in te fietsen en 25 minuten lang schuilen we onder een balkon. In geen tijd gutst het water in beken langs en over de weg. De ezel op het lapje grond aan de overkant van de weg kijkt ons onderzoekend aan als waren wij de aanstokers van dit meteorologisch geweld.

chocolademelk

Een paar km verder gaat een tweede alarmbel af: een gesloten slagboom ! De auto met drie lokale Marokkaanse inboorlingen voor de slagboom gebaren dat er verderop iets niet is zoals het zou moeten zijn. Wij denken dat ze ons duidelijk willen maken dat er verderop sneeuw is gevallen, wat niet zo vreemd zou zijn gezien de verse sneeuw die op de hogere bergflanken ligt te flonkeren. Toch duwt de bestuurder de slagboom omhoog en rijdt verder kort daarop gevolgd door ons. Een heel eind verder rijdt diezelfde wagen ons bergaf tegemoet. De mannen zwaaien en gesticuleren druk naar ons en rijden ons voorbij. “Het blijkt erg genoeg voor auto’s” zeg ik tegen Katrien en al snel komen we op de plaats des onheils. Het ziet er inderdaad niet goed uit. Een kolkend chocolademelk-bruin riviertje loopt dwars over de weg. Over een afstand van ongeveer 100 meter liggen kleine en grote rotsblokken op de weg en een moddertapijt zuigt de schoenen van je voeten wanneer je er door baggert. Toch zoek ik een tijdje naar een veilige doorgang in de chocolademelk-stroom en net op het moment dat ik een doenbare passage vind, arriveren H&M ook op de plek (ze hadden beslist om toch maar door te fietsen). We helpen elkaar met eerst de bagage over te dragen en vervolgens de fietsen. De weg verderop ziet er berijdbaar uit. Een lichte euforie maakt zich meester over ons. We hebben de grote hindernis overwonnen !


Door de bijna onophoudelijke regen zijn we alle vier inmiddels goed doorweekt maar we zijn nu niet meer te stoppen. We moeten wel doorgaan. In de volgende bocht krijgen we een mentale dreun van jewelste: een gelijkaardige modderbrij-rotsblok-chocolademelk versperring ! Voor we ook maar aan een route beginnen door deze chaos moeten we dekking zoeken voor een bombardement van knikker-grote hagelstenen. Eén van die onderkoelde ondingen veroorzaakt zelfs een bloedende wonde bij impact op Katriens hand. Helaas valt er geen beschutting te vinden en belaagd door de hagelstenen klauteren we over deze tweede landverschuiving. Het vergt heel wat van onze slinkende krachten én tijd. Wat volgt is een opeenvolging van grote en kleinere versperringen. Wanneer we rond 20.15 u. voor een zoveelste hagelbui met onweer rillend van de kou schuilen met zijn vieren beseffen we dat we ons stilletjes aan in een zeer precaire toestand aan het bevinden zijn. Het bliksemt nu bijna constant en het kleine boompje waar we allen gehurkt onder zitten, plooit bijna in twee door de gierende wind. Het is nu donker en we denken nog ongeveer vijf km te moeten overbruggen.

griezelig licht

Met onze fietslichtjes banen we ons een weg in het duister maar omdat we al op 2100 m hoogte zitten, komen we tot overmaat van ramp met onze kop in de wolken terecht. De lichtbundel die onze led lampjes voor zich uit strooien zorgt voor een grijs ondoordringbaar gordijn waarbij Katrien die achter me rijdt/klautert me op 2 meter afstand al niet meer ziet. Geregeld lopen we links van de weg tegen de bergwand aan of zien op het laatste nippertje dat we aan de rechterkant van de weg beland zijn. Zwalpend en sleurend komen we rond 21.00 u. aan een splitsing met een verlaten ruïne. We besluiten om nog maar eens te schuilen voor een nieuwe hagelbui en ook wat te wachten op onze Nederlandse vriendjes die de laatste honderden meters een groot gat hebben laten vallen. Na 15 minuten geschuild te hebben zien we hun lichtjes nog altijd niet opdoemen in het zwart dat ons omringt. “Ik ga eventjes een stukje teruglopen of ik ze zie of hoor afkomen” zeg ik tegen Katrien en ik wandel zonder fiets een heel stuk terug maar zie alleen maar de bliksems die kort de bergen en de weg voor me in een griezelig blauwachtig licht doen baden. Zijn ze teruggekeerd naar een gestrande vrachtwagen die we een tijdje geleden gepasseerd waren ? Of erger; zijn ze ergens in of af gesukkeld ? Ik krijg een zeer naar gevoel maar moet om ons eigen hachje te redden terugkeren naar Katrien.

Terug bij Katrien wijst ze ergens in de duisternis en vraagt: “zie je daar geen lichtje ?” Eerst zie ik niets maar dan kort zie ik een vaag schijnsel een stuk hoger dan waar wij staan. “Zou dat de Auberge kunnen zijn ?” Ik hoop het vurig. Het kan nu écht niet ver meer zijn. Verkleumd van het oponthoud rijden we verder omhoog, de ogen gefixeerd op de plots opdoemende randen van de weg en het vage schijnsel rechts voor ons dat gaandeweg en in tussenpozen sterker wordt. Eindelijk, na bijna 13 uur op en aan de fiets worden we om 22.15 u. hartelijk ontvangen door Mustapha die ons verwachtte en behoorlijk bezorgd was. Hij bekommert zich over ons als waren we zijn bloedeigen dochter en zoon. Een zalig haardvuur en twee bij gesleurde gaswarmers, hete thee en soep en een omelette Berbère zorgen ervoor dat we in recordtijd opgewarmd zijn. We vertellen hem over onze Nederlandse vrienden en onze bezorgdheid en zien hem wel 20 keer naar de deuropening gaan om te kijken of ze er nog niet aankomen. Maar dat gebeurt niet. Mustpha belt zich bijna een hernia. Plots komen drie in capes gehulde Marokkanen binnengestapt die H&M langs de kant van de weg in plastic gewikkeld hadden zien zitten. Doorweekt en onder-koeld zaten H&M aan de rand van de weg de dageraad af te wachten. Ze gaven niet de indruk met de drie passerende Marokkanen mee te willen gaan naar de nabijgelegen auberge. Dat bleek later een misverstand te zijn want H&M wilden wel degelijk mee maar moesten nog de fietsen sluiten en een tas meenemen en dat werd door de communicatieproblemen geïnterpreteerd als :”dank u, we blijven hier wel“.
Omstreeks middernacht arriveerden ze dan eindelijk te voet in de Auberge Haute Vue.

 

Zo zie je maar hoe noodweer in de bergen een relatief gemakkelijke bergtrip in geen tijd in een heuse nachtmerrie verandert.

De volgende dag hadden we graag verder gefietst naar Taroudant maar dat bleek niet mogelijk omdat ook die kant van de pas compleet dicht zat met modder en aardverschuivingen. Tijdens die fameuze onweersdag/nacht had een bulldozer de hele nacht doorgewerkt om de weg vrij te maken richting Asni-Marrakech, maar hij stopte zijn werkzaamheden op de pashoogte want daar begint een andere provincie.

Triplog Marokko

 

1 mei : vlucht Jetairfly van Charleroi naar Casablanca + transfer per wagen tot Marrakech. Overnachting Albakech house

2 mei : fiets in elkaar steken en verkenning Marrakech : 15 km

3 mei: vertrek richting Tizi 'n Test pas over de R203. Eerste 30 km vals plat. Vanaf Tahanaoute begint het iets meer te klimmen. Kort na Akna eerste pasje (1.210 m) en afdaling tot 900 m. Weer een klimmetje en afdaling tot in Ouirgane tot guesthouse Momo II : 76 km

4 mei : horrorbeklimming (zie verslag) tijdens waar noodweer tot aan pashoogte Tizi 'n Test (2.100 m) : 76 km

5 mei : vast op de pas. Ik rij een paar km terug van waar we kwamen, er werd al geruimd en keer terug. We dalen ter verkenning 1 km af langs de andere kant en zien de weg op veel plaatsen volledig onder de modder en rotsen zitten, andere provincie en tragere ruiming, terug naar auberge :  18 km

6 mei : hindernissenparcours naar beneden richting  Taroudant. Heel veel oponthoud en geklauter. Auto's kunnen niet door, bulldozers ruimen de weg , eenmaal beneden slaan we zo'n 10 km voor Taroudant links af op de R109 en checken we in in Riad Freija : 88 km

7 mei : Riad Freija (370 m) en continu klimmend over rustige en leuke weg door een mooi landschap tot in Igherm (1.720 m) waar we in hotel Anzal overnachten : 77 km

8 mei : Terug een zalig rustige weg (R106) op en neer en ongeveer 16 km afdaling van ongeveer 1.660 m tot in de Ammelvallei en de weg naar Tafraout, intrek in hotel Chez Amaliya (950 m) : 99 km

9 mei : rustdag, en onbepakt ritje naar Roches Peintes (blauw geschilderde rotsen door Belgische kunstenaar) en de vallei van de Ammeln : 57 km

10 mei : Katrien blijft in hotel, ik rij naar de zeer mooie Gorges d'Aït Mansour waarvoor ik vanuit Tafraout eerst klim naar 1.680 m en daarna afdaal in de kloof (1.150 m) en terug

11 mei : Tafraoute via Tahala tot ongeveer 1.300 m en na golvende vlakte een lange langzame afdaling tot in het leuke oase dorpje Ifrane de l'Anti Atlas, intrek in mooie gite : 110 km

12 mei : Ifrane via Fask tot in de oase Aït Bekkou  (300 m): 90 km

13 mei : Aït Bekkou via garnizoensstad Guelmim, gevolgd door een colletje van 580 m. Voorbij Mesti nog kort klimmetje en afdaling naar de kust en Sidi Ifni. Langs de kust tot aan Legzira plage, uitvalsbasis voor mooie rotsbogen langs het strand : 93 km

14 mei: Legzira plage op en neer door "oueds" (rivierbeddingen). In Mihrleft verlaat de weg de kust en klimt naar 380 m gevolgd door een soort vlakte en finale afdaling naar Tiznit : 68 km

15 mei : Transfer naar Casablanca

16 mei : Vlucht terug naar Charleroi

 

foto's tonen de hele Marokko trip ▼

Route op kaart

Route Marokko - meer detail
Afbeelding – 5,3 MB 22 downloads

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.