Het eiland Skye

Schotlands moeilijkste bergen - april '22

Toen we geruime tijd een lezing gaven over onze Alaska fietsreis liep er als smaakmaker een filmpje over het scherm van een trial biker.  Terwijl het publiek binnenkwam denderde Danny MacAskill met zijn fiets door een waanzinnig mooi landschap ( https://www.youtube.com/watch?v=xQ_IQS3VKjA).  Tijdens het maken van mijn presentatie had ik natuurlijk opgezocht waar deze man zijn stunts had uitgevoerd.  Het bleek om de Cuillin ridge te gaan.  "Daar moeten we ooit heen" mijmerde ik meteen.  En zo geschiedde pas dit jaar.  Eerder "per ongeluk".  Ik had 10 dagen verlof en was eigenlijk van plan om naar het eiland Arran te gaan.  Dat ligt in het zuiden van Schotland en is relatief vlot bereikbaar.  Dacht ik.  Tot ik een week voor vertrek de uren en beschikbaarheid van de ferry opzocht en direct vaststelde dat alle vaarten volzet waren voor zowel de heen- als terugreis.  Damn !  Easter Holiday en natuurlijk zeer druk.  Waarom niet het gaspedaal wat langer ingeduwd  houden en doorsjezen tot Skye ?  Zou het haalbaar zijn ?  Skye ligt in het noordwesten van Schotland en is een flink pak verder rijden dan Arran.  Toch deed ik het.  's Morgens om 08.00 u de trein op in Calais en om 21.00 u parkeer ik mijn auto naast het parochiaal centrum van het kleine dorpje Kinlochleven een 30 tal km ten zuiden van Fort William voor de nacht.  Er resten mij nog een dikke 200 km tot de camping in Dunvegan, Skye.

Dunvegan, gesitueerd in het noordwesten van Skye, is vooral gekend van het 14e eeuwse kasteel van de clan MacLeod.  In het dorpje is er een leuke camping en daar verbleef ik een week.  Hieronder beschrijf ik de mooiste momenten van dit reisje.

Lorgill Baai wandeling (1)

Op dag één maakte ik een aanvankelijk eerst mistige wandeling naar Lorgill Bay in een godvergeten zuidwestelijk stukje van Skye.  Gaandeweg trok de mist wat op en toen ik hoog boven de kliffen liep had ik een onbelemmerd zicht op de woeste golven die zich 100 à 250 meter onder mij op de rotsen te pletter beukten.  Langs Hoe Point keerde ik terug naar Ramasaig en zag ik in de verte de eenzame vuurtoren van Neist Point en de imposante Waterstein klif prominent in beeld verschijnen.  De wandeling staat beschreven in .........

Beklimming Sgurr Dearg (977 m) (2)

Een fijne tongtwister en zonder hulp bijna onuitspreekbaar voor niet Schotten (klinkt als skur derrik). Het is een van de mooiste beklimmingen van Skye, ja zelfs Schotland.  Je moet namelijk weten dat naar Schotse normen het Cuillin gebergte (waar Sgurr Dearg deel van uit maakt) zeer spits is en dus geen verzameling van mooi afgeronde bergtopjes is.  Het is een behoorlijk compact gebergte, maar de nabijheid van de zee met eilanden, de scherpe naburige pieken, puinhellingen en bergmeren  zorgen bij mooi weer voor een wonderbaarlijk natuurspektakel.

Ik startte bij de camping bij Glenbrittle, zeeniveau op een mooi gestaag klimmend pad, niet al te steil tot aan een klein bergmeertje (Coire Lagan, 570m). Het zwaarste deel van de wandeling begint een paar honderd meter voorbij het meertje waar je 200 hoogtemeters moet overwinnen op een toch wel verraderlijke puinhelling.  Dit was behoorlijk lastig en op bepaalde plekken was ik wel genoodzaakt op handen en voeten verder te klimmen.  Ik was trouwens ook niet meer zeker of dit wel de juiste route was.  Uiteindelijk na veel zwoegen en bijna continue naar beneden schuiven in de losse stenen bereikte ik een graat/pas met een fenomenaal zicht in noordoostelijke en zuidwestelijke richting.  In een soort van couloir klom ik verder in noordwestelijke richting op de flanken van de bergtop tot ik uiteindelijk onder The Inaccesible Pinnacle (De Onbereikbare Naald) door, de top bereikte.  Die Pinnacle (In Pin voor de ingewijden) is niet geschikte voor wandelaar en vereist touw en valharnas.  Op die In Pin zie je in het filmpje (blauwe link) bovenaan de pagina,  Danny MacAskill zonder touw of zekering met één hand op de rots en zijn fiets op zijn schouder daar rotsnaald beklimmen.  Gekkenwerk !  Helaas was ik ondertussen hoog genoeg geklommen om met mijn hoofd in de wolken te zitten en was de terugweg over de andere flank verre van simpel.  Verschillende keren was het echt niet duidelijk waar het padje naar toe ging en de mist maakte het zeer tricky.  Op bepaalde plekken moest ik toch wel verschillende keren op mijn stappen terugkeren en een andere richting uit gaan.  Toen ik uiteindelijk onder de wolken uitkwam, kreeg ik weer zicht op de route en ging de afdaling terug vlot.  

Het wordt tot vervelens toe herhaald in wandelgidsen, maar het is dus echt wel iets waar je rekening mee moet houden wanneer je de bergen intrekt en al zeker in een regio die bekend staat voor zijn wispelturig weer.

Een schitterende wandeling maar 1) het weer zat een beetje tegen 2) in de richting die ik het liep, niet gemakkelijk 3) de puinhelling was niet echt aangenaam.

 

Neist Point Lighthouse (3)

Op het meest westelijke puntje van Skye staat een vuurtoren moedig en eenzaam de geselende wind en golven te trotseren.  Een mooi paadje deels met trappen daalt een zeventigtal meter af en loopt halverwege  op de flanken van de groene schuine schots die zo markant is voor het zicht op de vuurtoren.  Het is een kort uitje die voor iedereen gemakkelijk en toegankelijk is.  Ook wanneer je op de kliffen thv de parking blijft heb je een mooi zicht op het schiereiland met vuurtoren. Heb je tijd zat ? Laat dan ook niet na een tijdje op die kliffen in (noord)oostelijke richting te wandelen.  Ik spotte er een aantal klimmers op de met zeevogels gefrequenteerde kliffen.

The Storr (680 m) en the Old Man of Storr wandeling (4)

Waarschijnlijk de drukste wandeling die je op Skye kunt maken, maar natuurlijk zéér de moeite.  Een zevental km ten noorden van Portree (leuk stadje met gekleurde huisjes) bevinden zich de restanten van een oude aardverschuiving. The Storr is een net geen 700 meter hoge heuvel die naar het westen toe geleidelijk afhelt.  Naar het oosten stopt de heuvel abrupt en gaapt de diepte je tegemoet.  Daar beneden (The Sanctuary) staan een aantal rotspilaren als stille getuige van die lang vervlogen aardverschuiving.  De hoogste van die rotspilaren is The Old Man of Storr.  Vanop de betalende parking aan de kant van de weg (A855) loopt een wandelpad naar The Sanctuary, het gebied van de rotspilaren dat aan de voet van de klif van The Storr ligt.  Ik vertrok evenwel een kleine km ten zuiden van deze parking met als bedoeling The Storr te beklimmen en vanuit de hoogte The Old Man of Storr te bewonderen.  Er stond een beenharde wind en donkere wolken deden niet veel goeds voorspellen, maar toch vertrok ik in de hoop op een mooie wandeling.  En die kreeg ik: eerst klom ik via een schapenpaadje naar een opening in de klifwand om dan vervolgens boven op de kliffen verder in noordelijke richting te wandelen.  Ik hield me daarbij ver genoeg van de afgrond want de wind stond echt gevaarlijk hard.  Twee buien hadden het op mijn voorzien, maar telkens daarna kwam de zon terug te voorschijn en kon ik vanuit de hoogte mooie foto's van The Sanctuary maken.  Dat wandelen en kamperen in slecht weer toch wel risico's inhoudt zag ik helaas op de top van de Storr.  Daar herinnert een metalen grondplaat aan het ongeluk van een Vlaming in 2013.  Met twee andere vrienden kampeerden ze op de top en toen 's morgens bij het opbreken van de tent, de wind het tentzeil uit Jans handen rukte was zijn eerste reactie er achteraan te lopen.  Door de lage bewolking die er die morgen hing, zag hij het ravijn niet en stortte 180 m in de diepte.

Wandeling Kilmarie - Camasunary beach - Elgol - Kilmarie (5)

Op de B8083 richting Elgol vind je aan de linkerkant van de weg een parking voor een aantal wagens.  Daar loopt een mooi pad in westelijke richting licht bergop naar een pasje op ongeveer 190 m hoogte. Na een haarspeldbocht in de afdaling ben je volledig afgedaald tot zeeniveau en bevind je je op het Camasunary strand.  Voor je doemt de 1.000 meter hoge muur van de Cuillins op.  Op het strand loopt, langs een bothy (Schotse berghut), een pad in zuidelijke richting.  Het klimt en daalt op de flanken van de helling en op heel wat plaatsen is het padje zeer smal.  Enige tredzekerheid is hier wel vereist want het padje balanceert soms loodrecht boven de 30 à 40 meter dieper gelegen zee.  Stop en af toe eens om van het schitterende uitzicht te genieten.  Meer naar het einde van het pad toe daal je nog af naar een zijriviertje, klim je weer uit het dalletje en gaat het verder op het smalle, op het randje balancerende paadje.  Een beetje verder loop je het kleine kustdorpje Elgol binnen. Volg nu de verharde weg in oostelijke richting naar het gehucht Glasnakille.  Waar je op een T kruising uitkomt met rechts een typische rode telefooncel sla je linksaf en blijf je de weg volgen.  Via een hek loop je nu in een bos en wanneer je na het passeren van een aantal vakantiehuisjes weer op een verharde weg uitkomt betekent dit dat je bijna in het gehucht Drinan bent.  Op een splitsing hou je links aan en op het volgende kruispunt rechtsaf.  Je loopt nu weer op de B8083 en na een kerkhof op je rechterkant arriveer je terug op de parking.  Met uitzondering van het kustpadgedeelte dat van Camasunary naar Elgol loopt (tevens ook het mooiste gedeelte), is dit een gemakkelijke wandeling die je een weergaloos zicht biedt op de imposante getande Cuillin bergmuur.  De secties op verharde weg zijn aangenaam want hier rijdt weinig verkeer.

Bruach na Frithe (958 m) (6)

Spreek uit: Bruech ne Friege.  Uitgerekend op de dag dat ik eigenlijk moet vertrekken naar huis, sta ik op en valt er geen enkel wolkje te bespeuren en is er geen zuchtje wind !  Na 8 dagen ter plaatse is dit de eerste echt wolkenloze dag.  Gelukkig heb ik twee volle dagen ingecalculeerd om naar huis te rijden, dus als ik vroeg genoeg aan deze wandeling begin, moet ik nog probleemloos op tijd thuis raken.  Ik maak snel de verplaatsing van Dunvegan naar Sligachan, parkeer mijn wagen aan de Sligachan Mountain Rescue base en wandel in zuidwestelijke richting langs een wild stromende bergrivier zachtjes omhoog.  

Na een goeie drie km lichtjes bergop gewandeld te hebben verlaat ik nu het duidelijke pad, sla linksaf, spring over een klein bergstroompje en begin nu aan meer steile klim richting Bruach na Frithe en Sgurr Gillean die vlak voor mij uittorenen.  Het wordt almaar steiler en de laatste klim voor ik op de graat die de twee bergtoppen met elkaar verbindt aankom, moet ik in een soort van couloir door de sneeuw.  Dat gaat vrij goed; de sneeuw ligt in de schaduw en  is nog vrij hard.  Op de graat aangekomen sla ik rechtsaf (westelijk) en bereik ik na wat simpel klauterwerk de 958 m hoge top.  Skye ligt aan mijn voeten en ik kan onbelemmerd alle richtingen uitkijken.  Wat een mooie afsluiter voor deze wonderbaarlijke week op dit wonderbaarlijke niet-echt-Schots uitziende eiland !

Hieronder nog wat random foto's van dit wonderschone eiland

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.